ACHTERGRONDEN

Varkens

Varkens zijn heel sociale dieren die letterlijk de ruimte nodig hebben. Varkens willen kauwen, smakken en wroeten. Bij de biologische boer kunnen ze dat ook. Zo hebben ze een aparte ruimte om te mesten, een aparte ruimte om te slapen en een uitloop naar buiten.

Koppels varkens blijven zo lang mogelijk bij elkaar. Daardoor wordt de sociale rangorde niet aangetast en hoeft niet elke nieuwkomer zich met veel moeite een plekje in de groep te veroveren. De varkens krijgen biologisch voer met een lager eiwitgehalte. In het voer is geen dier- en vismeel verwerkt.

Runderen

Koeien lopen graag buiten. Ze lopen op een gezond biologisch weiland waar ze paardenbloemen, rode klaver en andere kruiden kunnen vinden. Om het verteringsproces op gang te houden is het belangrijk dat ze voldoende ruwvoer eten. 's Winters verblijven de koeien in stallen met veel lig- en loopruimte, die in open verbinding staan met de buitenlucht. Het voer bestaat dan onder andere uit mais, kuilgras en hooi van biologische oorsprong.

Lammeren

De biologische lammeren worden in het vroege voorjaar geboren. Ze blijven doorgaans langer bij hun moeder in de wei dan hun gangbare soortgenoten. Op deze manier krijgen biologische lammeren de kans om op een gezonde manier te groeien, waardoor ze uiteindelijk ook een wat rijpere smaak krijgen.

De lammeren zijn van oudsher echte Nederlandse schapen, aangezien ze voorouders hebben uit het stamboek van de "Texelaar". Kenmerkend voor deze dieren is de ruime bevleesdheid en de brede kop, die karakter en weelde uitstraalt. Deze rassen zijn gewend aan een rijke bodem met mals, vol gras. Vandaar dat de dieren in het landschap vaak terug te vinden zijn op dijken. Met hun lichte tred zorgen ze voor een verbetering van de bodem, en ze houden natuurlijk het gras kort. Daarnaast zijn ze door het jaar heen uiteraard ook gewoon in de wei te vinden. In de winter worden ze naar de stal gehaald waar ze getrakteerd worden op een ruim strobed, zodat ze niets te kort komen.

Kippen

Kippen scharrelen en krabben graag in de grond, nemen graag een zandbad en houden van grazen. Een haan in de buurt zorgt voor rust onder de dieren. Ze hebben ook voldoende loopruimte, waardoor ze elkaar niet pikken en ze hun snavel kunnen houden. Als het gaat schemeren, gaan ze naar binnen om te slapen. Dat doen ze in het stro. Ze gaan niet op stok; dat doen alleen legkippen. Het voer bestaat onder andere uit biologisch graan, aangevuld met mais en zonnebloempitjes. Er is geen vet aan het voer toegevoegd om de kippen sneller te laten groeien.